 |
 |
De ergotherapeut start samen met de cliënt (en
evt. verzorgers) met het in kaart brengen van dagelijkse activiteiten
die voor de cliënt betekenisvol zijn, welke activiteiten hij
graag (weer) zou willen/moeten uitvoeren en welke mogelijkheden
er zijn om de situatie te kunnen verbeteren. |
 |
Vervolgens observeert de ergotherapeut activiteiten
die voor de cliënt belangrijk zijn, om een compleet beeld van
de mogelijkheden te krijgen. Dit kan bijv. tijdens huishoudelijke
activiteiten, in de winkel, koken, eten, het uitvoeren van persoonlijke
hygiëne, gebruik maken van vervoer, omgang met mensen, uitvoeren
van hobby etc. |
 |
Nadat duidelijk is wat de cliënt wil en vaststellen
wat mogelijk is worden samen met de ergotherapeut betekenisvolle
handelingen beoefend, strategieën aangeleerd en/of aanpassingen
doorgevoerd. |
 |
De therapie vind zo veel mogelijk in de natuurlijke
omgeving plaats die voor de cliënt bekend en belangrijk is.
Zoals bijvoorbeeld in zijn eigen woning, werk, tuin en wordt
er zo veel mogelijk de sociale omgeving bij betrokken. |
|
|
|